In de eerste graad wordt eigenlijk een algemene opleiding gegeven zonder verdere specificaties, alhoewel we in de programmatie van de lessen rekening hielden met wat er in de tweede en derde graad staat te gebeuren. Zo kan elke leerling op het einde van de eerste graad een keuze maken: hij/zij is er op voorbereid.
Maar ondanks alles blijven wij toch enkele accenten leggen die ons belangrijk toeschijnen nl. wiskunde, wetenschappen, economie en moderne talen. Het is soms al te merken in de eerste graad bijv. wiskunde heeft 5u. i.p.v. de verplichte 4u.
In dit nieuwe vak staan wetenschappelijke vaardigheden en waarnemingen centraal. We bouwen kennis op door de verschillende stappen van de 'natuurwetenschappelijke methode' zoveel mogelijk toe te passen:
Voorbeelden van onderzoeksvragen zijn:
In het eerste jaar komen volgende onderwerpen aan bod: bloemplanten, biotoopstudie, gewervelden, materie, energie, structuurveranderingen van stoffen, spijsvertering, ademhaling, transport en uitscheiding.
We wijzen op het belang van de biodiversiteit en een duurzame levensstijl en schenken aandacht aan een gezonde leefgewoonte in een gezond leefmilieu en 'eerbied voor leven' vanuit de christelijke mensvisie.
In het eerste jaar wordt vanaf 1 september 2010 de benaming "Technologische Opvoeding" vervangen door de vakbenaming "Techniek".
De aanpak van de leerstof verandert volledig: we vertrekken van een techniekproject en construeren samen een werkstukje in de klas.
Van daaruit bekijken we, al naargelang het werkstuk, enkele facetten: energie (bv. Eeektriciteit), informatie (informatietechnologie), communicatie (bv. een technische tekening), biochemie (bv. voeding) en transport (bv. verkeer - tandwieloverbrenging).
In het tweede jaar blijft de benaming en de vakinhoud "Technologische Opvoeding" nog één jaar behouden. De thema's daar zijn:
Leefsleutels is een lessenpakket dat zich als doel stelt jongeren beter met zichzelf en met anderen te leren omgaan. De doelstelling hierbij is het stimuleren van opbouwend sociaal gedrag bij jongeren en ze helpen in hun ontwikkeling tot positieve betrokkenheid thuis, op school, bij vrienden, in de maatschappij. Dit trachten we te bereiken door het aanleren van een aantal vaardigheden:
Dit ganse lessenpakket (1ste graad) kadert in het drugpreventiebeleid dat onze school voert: jongeren moeten leren hoe ze op een verantwoorde manier kunnen omgaan met een steeds groter wordend aanbod wat roken, alcohol en andere drugs betreft.
Een cluster van de 2 reeds bestaande vakken: Wetenschappelijk werk (WW) en Socio-economische initiatie (SEI), gegeven door 2 verschillende leerkrachten.
Een nieuw leerplan probeert deze 2 vakken zoveel mogelijk te verzoenen. Er worden dwarsverbindingen gelegd tussen WW en SEI. en dit d.m.v. "gemeenschappelijke doelstellingen" (nl. onderzoekend leren en het nastreven van bepaalde attitudes) en een tweetal kleine "gemeenschappelijke projecten". Binnen het vak SEI komen naast "economie" ook de disciplines gedrags- en cultuurwetenschappen (uit Humane Wetenschappen 3de jaar) aan bod. Voor WW en SEI zijn er ook “vakgebonden doelstellingen” die elke leerkracht apart zal verwezenlijken a.h.v. opgelegde ‘contexten’ (= grote leerstofpakketten)
Voor WW:
Voor SEI
Het lesuur sport in het eerste jaar is duidelijk géén derde uur lichamelijke opvoeding, maar wel een aparte kennismaking met zowel doordeweekse als minder gekende sporten. Dit lesuur wordt niet op school gegeven, maar in de Heuvelhal.
Gespreid over 25 lestijden maken de leerlingen op een praktische wijze kennis met de informatica. Elke leerling leert achter de computer basisvaardigheden bij het werken met software. Ze leren wat een besturingssysteem is, leren werken met een tekstverwerker en leren hun weg vinden op het internet.