Evaluatie- en rapporteringsmethode

1. Rapportering

  1. De behaalde resultaten voor dagelijks werk (=taken en overhoringen) worden vier maal per jaar opgeteld (half oktober, begin december, half maart en begin juni). Die cijfers worden onder de vorm van een rapport aan de ouders meegedeeld.
  2. In december en juni zijn er examens over de meeste vakken. De punten voor dagelijks werk (DW) worden dan op evenredige wijze herberekend voor het ganse semester. In de 1ste en de 2de graad zijn er net voor de paasvakantie examens over enkele vakken. Over die paasexamens krijgen die klassen een rapport.

2. Quotering 1ste, 2de en 3de jaar

  1. De puntenverhouding tussen "dagelijks werk" en "examens" is 40 - 60. Het grotere belang van het tweede semester tegenover het eerste wordt eveneens uitgedrukt in een puntenverhouding 40 - 60.
  2. In verhouding tot het jaartotaal tellen de cijfers als volgt mee:
  • DW 1ste trimester voor 16 %
  • Kerstexamens voor 24 %
  • DW 2de semester voor 24 %
  • Maart + juni-examen voor 36 %

3. Quotering 4de, 5de en 6de jaar

  1. Hier is de puntenverdeling anders dan voor de leerlingen uit de lagere jaren. Blijft de 40 - 60 verhouding tussen eerste en tweede semester behouden, dan winnen de examens toch wel aan waarde en dit in een 70 - 30 verhouding tot het dagelijks werk.
  2. In verhouding tot het jaartotaal tellen de cijfers hier als volgt mee:
  • DW 1ste semester voor 12 %
  • Kerstexamens voor 28 %
  • DW 2de semester voor 18%
  • Maart+Juni-examens voor 42 %